ANBI-CvK

 

A. Algemene gegevens
Naam ANBI: Kerkrentmeesters van de Gereformeerde Kerk ’s-Gravenhage-Oost (College van Kerkrentmeesters GKO)

RSIN/Fiscaal nummer: 002711722

Contact: Zie contact elders op deze site.

De Gereformeerde Kerk ’s-Gravenhage-Oost is een gemeente van de Protestantse Kerk in Nederland. Het College van Kerkrentmeesters is een onderdeel van deze gemeente, zie algemene tekst ANBI PKN.

B. College van Kerkrentmeesters
Het College van kerkrentmeesters is verantwoordelijk voor het beheer van de financiële middelen en de gebouwen van de gemeente, met uitzondering van diaconale aangelegenheden. De kerkenraad is eindverantwoordelijk, wat tot uitdrukking komt in de goedkeuring van o.a. de begroting en de jaarrekening. Het college bestaat uit 6 leden uit de 3 wijkgemeenten.

Beloningsbeleid
Leden van kerkenraden, colleges en commissies ontvangen geen vergoeding voor hun werkzaamheden. Alleen werkelijk gemaakte onkosten kunnen worden vergoed.

C. Verslag activiteiten

Onderhoud gebouwen:
Noorderkerk (1906) (gemeentelijk monument)
Christus Triumfatorkerk (1962) (rijksmonument)
Pax Christikerk (1964) (wordt nu volledig gerenoveerd/verbouwd)
De monumentale status brengt extra verantwoordelijkheden en kosten maar wekt ook veel interesse en aandacht op van buiten de kerk.

Medewerkers in dienst van onze gemeente zijn:
Predikanten 1,3 fte
Koster (CTK) 0,5 fte
Medewerkers Kerkelijk bureau 0,5 fte

D. Verkorte staat van baten en lasten met toelichting
De verwachte bestedingen (begroting) sluiten als regel nauw aan bij de rekeningen over de voorgaande jaren. Het plaatselijk werk vertoont een grote mate van continuïteit. In de kolommen staan de bedragen uit de door de Algemene Kerkenraad goedgekeurde begroting en jaarrekeningen. Toelichting Kerkgenootschappen en hun onderdelen zorgen in Nederland zelf voor de benodigde inkomsten voor hun activiteiten. Aan de kerkleden wordt elk jaar via de Actie Kerkbalans gevraagd om hun bijdrage voor het werk van de kerkelijke gemeente waartoe zij behoren. Daarnaast bezit de gemeente ook nog enig vermogen in de vorm van kerkgebouwen, woningen of geldmiddelen. De opbrengsten van dit vermogen worden aangewend voor het werk van de gemeente.

Baten en Lasten – kerkrentmeesters   Begroting 2019 Begroting 2018 Rekening 2017 Rekening 2016 Rekening 2015 Rekening 2014
Baten            
Bijdragen gemeenteleden 166.200 141.200        156.024         154.223         187.447       177.854
Opbrengsten uit bezittingen 188.700 181.500         177.775         204.549         211.732        217.775
Bijdragen tweeden en derden 64.300 61.300            70.594            57.190           59.433          42.323
Totaal baten 419.200 384.000        404.393       415.962       458.612       437.952
             
Lasten            
Predikanten 161.000 158.700          147.587         167.173        169.753        170.086
Kosters en schoonmaak 70.100 67.100            72.333           74.654           69.273          61.068
Salarissen kerkelijk bureau, organisten 36.000 36.200            33.564           34.472           29.570          28.120
Gebouwen (onderhoud, afschrijving, energie) 159.700 117.300          128.860         117.150         128.062       129.567
Kosten beheer, kerkverband 33.900 33.900            36.452            36.546           34.141          30.487
Totaal lasten 460.700 413.200        418.796      429.995       430.799      419.328
             
Resultaat -41.500 -29.200  -14.402     -14.033             27.813         18.624

Toelichting
Kerken ontvangen geen overheidssubsidie in Nederland, behoudens voor de instandhouding van monumentale (kerk)gebouwen of een specifiek project.

Een groot deel van de ontvangen inkomsten wordt besteed aan pastoraat, in de vorm van salarissen voor de predikanten en eventuele kerkelijk werkers en aan de organisatie van kerkelijke activiteiten. Daarnaast worden de ontvangen inkomsten ook besteed aan het in stand houden van de kerkelijke bezittingen, benodigd voor het houden van de kerkdiensten (zoals onderhoud, energie, belastingen en verzekeringen) en aan de kosten van de eigen organisatie (salaris koster, eventueel overig personeel, vrijwilligers) en bijdragen voor het in stand houden van het landelijk werk.